Opnames > Jörgen van Rijen - trombone



Jörgen van Rijen - trombone
CCS SA 22305

(SACD, speelt af op iedere CD speler)

 





Player
Klik op een track voor een demo van 45 seconden....

 




Channel Classics | volume 1 | First Chairs of the Royal Concertgebouw Orchestra

 

Recensies:

 

“...Indrukwekkend...”
Telegraaf

“...Van Rijen is een muzikale duizendpoot. Een rasmusicus die over een zo goed als onbeperkt muzikaal vocabulaire beschikt. Daarvan getuigt deze cd met repertoire van Biber (1644-1704) tot Padding (1956)
HP de Tijd

“...zoveel stijlen, zoveel expressiemiddelen en Van Rijen lijkt ze allemaal te beheersen. En dan hebben we het nog niet over die fabelachtige toon!”
Vrij Nederland

“...Van Rijen is een echte ambassadeur van zijn instrument, dat onder componisten nog steeds niet helemaal is ingeburgerd als virtuoos te gebruiken lid van de kopersectie. Maar er zijn dan ook niet erg veel trombonisten die het briljante niveau van Van Rijen halen. In toon, dynamiek, kleur, muzikaal inzicht en zeggingskracht is van Rijen ongeëvenaard (....) van Rijen is een hele grote. Hij heeft het in zich uit te groeien tot een Nederlandse Christian Lindberg...”
Luister

 

 

Toelichting:

 

Muziek speelt al vanaf mijn vroege jeugd een belangrijke rol in mijn leven. Het was een voorrecht om op te groeien in een muzikaal gezin en al vroeg gestimuleerd te worden om een instrument te gaan bespelen. Vanaf mijn vierde levensjaar heb ik trombone willen spelen en sinds ik op mijn achtste daadwerkelijk begon, is mijn liefde voor dit instrument alleen nog maar gegroeid met als voorlopige bekroning mijn aanstelling als solotrombonist bij het Koninklijk Concertgebouworkest. De trombone heeft vele prachtige kanten en ik heb dan ook vooral geprobeerd met deze cd de veelzijdigheid van de trombone te benadrukken. Niet alleen veelzijdig van stijl, het repertoire reikt van de oude muziek tot hedendaags en van romantisch-melodieus tot krachtig en virtuoos, maar ook van bezetting. Ik ben dan ook blij dat veel van mijn collega's en andere geweldige spelers mee hebben willen werken aan deze bijzondere opname. Naast een aantal ‘klassiekers' uit het trombonerepertoire, heb ik gezocht naar onbekender en minder vaak opgenomen werk, waaronder een geheel nieuw stuk van Martijn Padding. Alle stukken worden in de originele bezettingen uitgevoerd.

Een belangrijke plaats in de tromboneliteratuur wordt ingenomen door Franse voordrachtstukken met pianobegeleiding, veelal concoursstukken voor het conservatorium van Parijs. Een van de meest gespeelde van deze stukken is Pièce en mi bémol mineur voor trombone en piano van Guy Ropartz . De romantische, lyrische kant van de trombone, met zijn warme, volle klank, komt in dit stuk volledig tot zijn recht. Ropartz werd geboren in Guingamp in 1864 en studeerde in Parijs bij Jules Massenet and César Franck. Hij wilde in eerste instantie schrijver worden, maar geleidelijk werd muziek zijn belangrijkste bezigheid.

Ik kan niet ontkennen dat de achternaam van de componist in eerste instantie mijn aandacht trok, maar toen ik het stuk voor het eerst hoorde, bleek het vooral een hele mooie romance te zijn. De Deense componist Axel Jørgenson speelde als kleine jongen tenortuba en viool. Later studeerde hij viool en compositie in Kopenhagen. Al vanaf zijn jeugd was hij bevriend met de trombonist Anton Hansen en door hem werd deze Romance voor het eerst uitgevoerd in 1916, in een arrangement voor trombone en orkest. Helaas is de orkestversie in de Tweede Wereldoorlog bij een brand verloren gegaan en is alleen deze pianoversie overgebleven.

Henri Dutilleux werd geboren in Angers in 1916 en studeerde aan het conservatorium van Parijs. Hij wordt terecht beschouwd als een van de grootste componisten van zijn generatie en werken als Metaboles en zijn celloconcert Tout un monde lontain... zijn uitgegroeid tot klassiekers in het symfonische repertoire. Dutilleux schreef Choral, Cadence et Fugato in 1950, één jaar voordat hij internationaal de aandacht op zich wist te vestigen met zijn Eerste symfonie . Het is een van de belangrijkste stukken in het trombonerepertoire geworden. Omdat de pianopartij hier meer is dan alleen een begeleiding, is er sprake van een echt duet tussen de twee instrumenten.

De baroktrombone is kleiner van boring en beker dan de huidige trombone, waardoor het een veel slanker en weker geluid heeft. Daardoor is het makkelijker in balans te brengen en mengt het heel mooi met de twee violen en continuo in deze sonate á 3 van Heinrich Biber . De trombone en beide vioolpartijen zijn in dit stuk gelijkwaardig. Alle drie krijgen ze hun eigen solo, omringd door een aantal tutti's. Biber was een van de meest fabelachtige violisten van zijn tijd en bovendien een groot componist. Hij hanteerde een voor de zeventiende eeuw buitensporig virtuoze schrijfstijl voor de viool.

Bernhard Krol werd geboren in 1920 in Berlijn en studeerde hoorn en compositie in Berlijn en Wenen. Hij was jarenlang professioneel hoornist, totdat hij in 1979 besloot zich geheel aan het componeren te wijden. Hij wordt beschouwd als een volgeling van de stijl van Reger en Hindemith. Mede omdat hij zelf koperblazer was, heeft hij veel voor koper geschreven en is het Capriccio da camera heel goed voor de trombone geschreven. De aparte bezetting van trombone en zeven instrumenten, en de vaak jazzy aandoende ritmische thema's maken het een heel fris stuk met een bijzondere klank. Het bestaat uit vier in elkaar overlopende delen: Molto allegro, Presto, Lento en Allegro vivace.

In mijn eerste conservatoriumjaar werd ik tijdens een ensembleproject voor moderne muziek ingedeeld voor Het kleine ongemak voor piccolo, gitaar en trombone van de Hongaarse componist György Kurtág . Ik had nog nooit van hem gehoord en de combinatie van instrumenten leek mij een beetje vreemd. Binnen een paar minuten was ik echter overtuigd en sindsdien ben ik het stuk blijven spelen. Het is hele subtiele, compact geschreven muziek met juist door die extreme combinatie van instrumenen heel veel verschillende kleuren. Het eerste deel is een trombonesolo, waarna de piccolo en gitaar de trombone in de drie andere delen vergezellen. Het ongemak zit hem vooral in de bezetting en het complexe samenspel.

First piece is het eerste deel van een serie solowerken voor trombone. Jörgen verzocht me om het vooral niet te gemakkelijk te maken en dat heb ik ter harte genomen. First piece is een fanfare-ouverture met een grillige motoriek in een snel harmonisch ritme. Het stuk is opgebouwd uit rondwentelende melodische formules waarin diatoniek en microtonaliteit zijn vermengd. Die elementen komen samen in de boertige slotzang, waarin heen en weer kaatsende grote intervallen de trombonistische atletiek van de speler op de proef stellen. Halverwege het componeren van dit werk kwam mijn vrouw het werkvertrek binnen met de mededeling dat Luciano Berio zojuist gestorven was. De zeven lage pedaaltonen, die eigenlijk totaal buiten het stuk vallen, zijn het gevolg van die mededeling. Dit werk is gecomponeerd met ondersteuning van het Fonds voor de Scheppende Toonkunst en is opgedragen aan Jörgen van Rijen.” Martijn Padding.

James Fulkerson
is een uit Amerika afkomstige, maar in Nederland woonachtige trombonist en componist die veel experimenteert met elektronica. Force Fields and spaces is een avondvullend werk voor trombone (met tape en tape delay-system) en dans. Het deel Force Fields and spaces part 1 is voortgekomen uit een ouder stuk: Co-Ordinative Systems No. 10 uit 1976. Alle geluiden worden geproduceerd door een trombone met gebruik van een delay-system (echo). In eerste instantie wordt, met behulp van een fagotriet in de trombone, een zeer dissonant klankveld opgebouwd. Vervolgens gaat dit langzaam over in meer consonante klanken van een mooi melodisch koraal.

Het Tromboneconcert van Henri Tomasi is een van de belangrijkste werken in het trombonerepertoire. Het was een bijzondere ervaring dit stuk twee keer met mijn eigen orkest in het Concertgebouw te spelen. Van de tweede avond is een live-radioregistratie gemaakt, die nu op deze cd staat.

Tomasi werd geboren in Marseille en studeerde aan het conservatorium van Parijs. Hoewel hij een grote reputatie verwierf als dirigent, wijdde hij zich vanaf 1955 nog uitsluitend aan het componeren. Tomasi voelde zich eerder verwant met Ravel en Debussy dan met de muziek van de componisten die in het Parijs van na de Tweede Wereeldoorlog een soort nieuwe school vormden. In zijn muziek zijn invloeden te horen van de volksmuziek uit de Provence en van de eilanden in de Middellandse Zee. In 1956 ontstond het driedelige concert voor trombone, waarin ook zijn liefde voor jazz en blues naar voren komt.